 |
De Zee
Ik loop
alleen langs de Zee en laat de wereld achter mij. Het beeld van de vrouw op het
strand, gehuld in zee-jurken die de kleur hebben van het natte zand, het
grijsgroene water en de bleke lucht; jurken die met de wind meewaaien en de
structuur hebben van schelpen. De golven slaan, de Zee roept, een vogel stijgt
op. Ik kijk naar de hemel. Ik verstoor niet, ik hoor erbij door mijn grote
liefde. Dat vermogen tot liefhebben maakt van mij een kunstenaar. Hier wil ik
zijn, hier wil ik wonen. Dit ervaren, dat ondanks het verdriet op deze aarde de
hemel in het water glinstert, is zo vol goddelijkheid en bezieling. Ik kan niet
zwijgen, ik moet een vorm vinden om dat te vertellen. De vorm is het schilderen,
de Zee werd mijn belangrijkste onderwerp.
Als ik op dit eiland nog maar wat alleen mag zijn, dan zal ik verder schilderen.
Als ik op dit eiland de roep van de ganzen door de mist en het kabbelen van het
water mag blijven horen, dan zal ik verder schilderen tot mijn diepste verlangen
tot rust komt in mijn werk.
|
 |